Metselwerk voegen
Voegen is het afwerken van de naden tussen metselstenen met mortel, zodat een muur mooi oogt en beter bestand is tegen weer en wind. Zowel bij een nieuwe tuinmuur als bij het vernieuwen van oude voegen in een bestaande gevel geldt: met de juiste voorbereiding en het stappenplan verderop in dit artikel voegt u zelf een muur op een nette, vakkundige manier.
Wat is het verschil tussen metselen en voegen?
Metselen is het stapelen van stenen met metselmortel ertussen, terwijl voegen de laatste afwerking van de naden is die de muur zijn definitieve uitstraling geeft. Bij nieuw metselwerk kan de metselaar de voeg meteen vol en zat meenemen tijdens het metselen, of de voeg juist iets dieper laten zodat hij later apart wordt ingevoegd met een andere kleur of structuur mortel. Bij een bestaande, oudere muur bestaat voegen vaak uit het verwijderen van de oude, verweerde voeg en het aanbrengen van nieuwe voegspecie. Op die manier blijft de constructie waterdicht en behoudt de gevel een net aanzien.
Voegspecie maken
Voegspecie maakt u door 1 deel cement te mengen met 4 delen voegzand en water toe te voegen tot een korrelige, licht plakkende massa ontstaat: knijpt u erin, dan mag er geen water uitlopen. Voor de kleur van de specie maakt het zand het verschil: rijnzand geeft een grijze tint en wit cement met wit zand een egale witte voeg, terwijl andere zandsoorten weer een eigen nuance opleveren. Meng niet meer dan u binnen ongeveer een uur kunt verwerken, want daarna droogt de specie uit en verliest hij zijn hechting. Gebruik een schone troffel en een emmer die u niet voor andere klussen inzet, zodat er geen resten in de specie terechtkomen die de kleur of sterkte aantasten.
Wat heeft u nodig om zelf te gaan voegen?
Voordat u begint, zorgt u dat u de juiste materialen en een droge, vorstvrije dag heeft. Voor het voegen van stenen heeft u nodig:
- Voegspecie of de losse ingrediënten cement, voegzand en water.
- Een troffel om de specie te mengen en op te scheppen.
- Een voegspijker of voegijzer om de mortel in de voeg te drukken en te profileren.
- Een stevige borstel om de muur voor en na het voegen schoon te maken.
- Bij een bestaande muur: een slijpschijf of hamer en beitel om de oude voeg te verwijderen.
Werk niet bij vorst, felle zon of harde regen, want dan droogt of verweert de specie te snel of juist te langzaam. Gebruikt u metselstenen van een ander formaat dan de rest van de muur, houd dan rekening met een net iets andere voegbreedte, zodat het patroon van de muur gelijkmatig blijft.
Stappenplan om stenen te voegen
- Oude voeg verwijderen. Bij een bestaande muur krabt u de oude voeg ongeveer 2 cm diep uit met een slijpschijf of hamer en beitel, zodat de nieuwe specie voldoende houvast krijgt. Bij nieuw metselwerk slaat u deze stap over.
- Muur schoonmaken. Borstel de muur droog af, zodat er geen stof of losse deeltjes achterblijven die de hechting van de nieuwe voeg verzwakken.
- Voegspecie mengen. Maak de specie aan volgens de eerder genoemde verhouding en gebruik hem binnen ongeveer een uur, voordat hij begint uit te drogen.
- Stootvoegen vullen. Begin met de verticale voegen: neem een klein bolletje specie op de voegspijker en druk dit stevig in de voeg, zodat er geen luchtgaten achterblijven.
- Lintvoegen vullen. Werk daarna de horizontale voegen op dezelfde manier bij, van boven naar beneden, zodat overtollige specie meteen wordt opgevangen in plaats van over al schoongemaakt werk te vallen.
- Voeg profileren. Trek de voeg strak met een voegijzer in de gewenste vorm, bijvoorbeeld een holle of platte voeg, zodat regenwater goed wordt afgevoerd.
- Naborstelen. Zodra de specie halfdroog is, borstelt u de muur licht na met een zachte borstel om overtollige mortel te verwijderen en witte kalkuitslag te voorkomen.
Aandachtspunten bij zelf voegen
Voegen lukt beter als u in kleine vlakken werkt, van ongeveer 1 vierkante meter tegelijk, zodat de specie niet uithardt voordat u hem heeft afgewerkt. Test de kleur en structuur van uw specie eerst op een onopvallend stukje muur, zoals een zijmuur of een plek achter een schutting, voordat u de hele gevel aanpakt. Werk niet in de volle zon of bij vorst: de specie droogt dan te snel of te langzaam uit, wat scheuren of een zwakke voeg tot gevolg kan hebben. Valt er onverwacht regen tijdens het werk, dan vindt u in ons artikel over metselen in de regen praktische tips om uw voegwerk alsnog te beschermen. Houd de muur na het voegen enkele dagen enigszins vochtig bij warm weer, zodat de specie rustig uithardt in plaats van te snel te verpulveren.
Veelgestelde vragen over metselwerk voegen
Hoeveel voegspecie heeft u ongeveer nodig per vierkante meter?
Hoeveel voegspecie u nodig heeft, hangt vooral af van het formaat van de steen en de breedte en diepte van de voeg: hoe groter de steen, hoe minder voegwerk per vierkante meter. Reken voor een precies beeld het aantal voegmeters van uw muur uit en vermenigvuldig dat met de voegbreedte en voegdiepte. Weet u nog niet hoeveel metselstenen u nodig heeft, dan geeft ons artikel over het aantal metselstenen per vierkante meter u een goed startpunt om ook de hoeveelheid voegspecie te berekenen.
Hoelang kunt u aangemaakte voegspecie gebruiken?
Aangemaakte voegspecie kunt u ongeveer een uur gebruiken voordat hij te stroef wordt om nog goed te verwerken. Maak daarom nooit meer specie aan dan u in dat uur kunt verwerken, want specie die opnieuw wordt aangelengd met water, verliest een deel van zijn sterkte. Werkt u een groot oppervlak weg, meng dan telkens een kleinere hoeveelheid specie, zodat u nooit met uitgedroogde mortel blijft zitten.
Kunt u bij vorst buiten voegen?
Bij vorst voegt u beter niet, omdat het water in de specie dan kan bevriezen voordat de mortel is uitgehard, wat de sterkte van de voeg blijvend aantast. Wacht bij vriezende temperaturen op een periode met een paar graden boven nul, en houd ook rekening met koude nachten vlak na het voegen. Is uitstel niet mogelijk, dan leest u in ons artikel over metselen in de winter welke metselstenen en mortels wel geschikt zijn bij lage temperaturen.
Wat veroorzaakt witte kalkuitslag op nieuwe voegen?
Witte kalkuitslag ontstaat doordat kalk uit de mortel oplost in vocht en na verdamping als een wit laagje op de voeg achterblijft. Dit gebeurt vaker wanneer de specie te snel droogt of wanneer u tijdens het voegen werkt bij vochtig of juist heet weer. Door na te borstelen zodra de specie halfdroog is en de muur de eerste dagen niet te snel te laten opdrogen, beperkt u de kans op kalkuitslag aanzienlijk. Ontstaat de aanslag toch, dan leest u in ons artikel over witte aanslag op bakstenen hoe u deze veilig verwijdert.
Moet u de voeg na het voegen water geven?
Bij warm of winderig weer bevochtigt u de muur de eerste dagen na het voegen best licht, zodat de specie niet te snel uitdroogt en daardoor gaat scheuren. Bij mild weer is dit meestal niet nodig en droogt de voeg vanzelf goed uit. Gebruik in beide gevallen alleen een lichte nevel met een plantenspuit of tuinslang, nooit een krachtige waterstraal die de verse specie uit de voeg spoelt.
Kunt u metselwerk zelf voegen, of huurt u beter een vakman in?
Zelf voegen is goed te doen bij een klein, goed bereikbaar oppervlak, zoals een tuinmuurtje of een enkele wand op de begane grond. Gaat het om een hoge gevel of een monumentaal pand, dan is een vakman aan te raden vanwege het werken op hoogte en de kennis die nodig is om de juiste specie en techniek te kiezen. Twijfelt u of uw project geschikt is om zelf aan te pakken, neem dan gerust contact op met een van onze showrooms voor advies.
